11 - De Manager - Katerverhalen

11 – De manager

Het is weer maandag en ik probeer in vrede apathisch naar mijn scherm te kijken als hij weer aan mijn bureau verschijnt. Hij, mijn manager, met zijn net te gladde overhemd en gemaakte glimlach. Iedere maandag komt hij ‘spontaan’ vragen hoe mijn weekend was, omdat hij in een uittreksel van een managementboek gelezen heeft dat het goed is om interesse te tonen.

Wat ik antwoord maakt niet uit, want ik krijg toch altijd dezelfde reactie “Geweldig, en nu kunnen we er weer fris en uitgerust tegenaan”. Fris en uitgerust? De gemiddelde daklozenkrantverkoper ziet er nog frisser en uitgeruster uit. De gemaaktheid van deze aandacht probeert hij inmiddels zelf ook niet meer te verbergen. Zijn blik schreeuwt afgunst iedere keer als hij naar mij kijkt. Het liefst zou hij op me spugen en in walging weglopen. Hij haat mij! Hij haat mij omdat ik zichtbaar meer van het leven geniet, maar hij haat me vooral omdat ik schijt heb. Ik kom stinkend naar de drank en in dezelfde kleding als gisteren naar het werk en wrijf het erin. Dit is zijn domein, de enige plek waar hij nog in de illusie leeft enig aanzien te hebben en ik ondermijn dat.

Als hij verder gaat met zijn rondje, is hij nog ongeveer een uur bezig met de anderen. Vooral bij de paar die graag hun gehoorzaamheid tonen door verbaal hun tong zo diep mogelijk in zijn anus te steken, blijft hij wel even hangen. Wat mij in de gelegenheid stelt om een tijdje op het toilet weg te spacen.

Het toilet is wel vaker de retraite waar ik mij afzonder van werk en collega’s en in eenzaamheid probeer te herstellen. Het enige probleem is de automatische luchtverfrisser die iedere 15 minuten spuit. Dit geurige zwaard van Damocles is vooral een probleem op de zwaardere katerdagen als vandaag, wanneer ik moet vechten tegen de misselijkheid.

Ik weet de kots ook nu binnen te houden, maar dit wordt duidelijk een gevecht dat uren kan duren, dus is het beter om het eruit te gooien. Terwijl ik op mijn knieën voor de pot ga zitten, schiet mijn manager door mijn hoofd. Ik bedenk me dat ik in de pot kan kotsen, maar ik kan ook naast de pot kotsen. Om mijn manager nog even te laten zien hoe goed mijn weekend was.

De schoonmaker is alleen wel heel aardig dus ik besluit de kots een beetje te verdelen tussen in en naast de pot. Genoeg om mijn manager te irriteren, die dondersgoed weet dat dit van mij komt maar er toch niets mee kan omdat hij het niet kan bewijzen. Hopelijk is de automatische luchtverfrisser opgewassen tegen de zure kotslucht.

 

Volg mijn blog op Bloglovin

Facebook Reacties
Like katerverhalen op Facebook