Ik knijp er tussenuit - Katerverhalen

22 – Ik knijp er tussenuit

Diederik is een goedzak. Een eerlijke, trouwe jongen met een hart van goud. Maar zoals je kan verwachten van iemand die Diederik heet, is hij ook oersaai. Al vanaf zijn achttiende is hij samen met Marjolein het Muurbloempje. Sinds kort is hun leven helemaal compleet, want niet alleen hebben ze een ‘leuk’ huis in Nieuw Vennep, maar ook een even saaie baby.

Hij zit tegenover mij en kijkt me bezorgd aan met zijn trouwe puppy ogen. Hij hoeft het niet te zeggen, hij gaat het wel doen, maar het hoeft niet. Ik weet al wat hij denkt. Voor brave Diederik ben ik een soort doorgedraaide alcoholist. Hij snapt niet dat niet iedereen voor zijn ‘normale’ leven kiest.

Ik snap het,” zegt hij. “Het is ook geen makkelijke tijd. Eerst je vriendin, dan je baan en nu je pa die ziek is. Verdorie zeg!

Verdorie? Wie zegt er nou verdomme nog fucking verdorie.

Ik heb mijn aandacht meer bij mijn telefoon, waar ik op Tinder ondertussen door de dames blader. Onbeleefd, want hij bedoelt het goed, maar ik heb geen zin om met volle aandacht te luisteren hoe hij me veroordeelt.

Hij lult en ik blader door. Fitgirl, nee. Chick met dolfijn, nee. ‘Inspirerend’ citaat, nee. Leuk festivalmeisje, ja. Hipsterchick met racefiets, nou vooruit. Chick op de rug van een olifant, nee. Clementine? Verdomme. Clementine, mijn ex, op Tinder.

Hoe kan ik ooit ergens overheen komen als ik overal steeds aan herinnerd word? Ik kijk om me heen en zie overal spullen die me aan haar of aan mijn vader doen denken. Ik kijk naar Diederik, die midden in zijn verhaal zit, waarin hij ook even met zijn vinger in alle open wonden poert. “Ik wil alleen zeggen dat ik denk dat er wat moet veranderen en dat moet je zelf doen, Boris.

Ik kijk hem opgewekt aan en zeg: “Je hebt gelijk man.” Ik wurm mijn motorsleutel van mijn sleutelbos, stop die in mijn zak en gooi de rest van de bos naar Diederik. “Geef die maar aan mijn ouders en zeg maar dat ik van de week bel.” Ik sta op en loop de deur uit.

Ik stap op de motor en rij richting het zuiden. Naar de zon, naar de vrijheid. Weg van alle herinneringen en slechte gewoontes die me hier gevangen houden. Frankrijk, Spanje, Marokko of misschien nog verder? Dit is het verwezenlijken van een jongensdroom: gewoon gaan zonder plan, zonder tijdsdruk. Ik heb nu geen werk en nog wel wat geld, dus waarom niet?

Ik neurie Acda & De Munnik, “Noem het dapper, noem het vluchten, maar ik knijp er tussenuit,” terwijl ik de A2 op rij.

Terwijl ik in mijn gedachte al op een zonnige kustweg rijd, vergeet ik even dat dit nog Nederland is en dus een koud kutland. Een land waar je je moet kleden alsof je op een poolexpeditie gaat als je op de motor stapt, zelfs al is het warm voor oktober. Een jas meenemen was dus op zijn minst een goed idee geweest. Binnen 10 kilometer begin ik mij te realiseren dat het plan wellicht wat te ambitieus is.

Bij Breukelen ga ik de snelweg af met lichte onderkoelingsverschijnselen. Verdomme, zelfs fatsoenlijk weglopen van mijn problemen lukt me niet.

Facebook Reacties
Like katerverhalen op Facebook