Alles voor een bed - Katerverhalen

24 – Alles voor een bed

Na een dramatisch gefaalde poging mijn problemen en Nederland te ontvluchten, ben ik twee weken terug in Breukelen gestrand. Daar zit ik nu, jawel, nog steeds. Teruggaan is geen optie, want daar zitten alleen maar problemen op me te wachten. Ik ben te theatraal vertrokken, inclusief een “Fuck it, I’m outta here” Facebook post. Doorrijden naar het zuiden is wel een optie, maar te veel gedoe. Ik was tenslotte zo slim om niets, maar dan ook echt niets, mee te nemen. Ik heb de afgelopen twee weken dan ook al de nodige kampeerspullen, kleding en een telefoonoplader gekocht.

Bovendien raak ik al aardig geïntegreerd in het dorpse leven hier, dus het zou zonde zijn om nu weg te gaan. Ik bedoel: de bakker legt iedere morgen mijn croissantjes al apart en Henk verwacht ook dat ik een biertje in de kroeg kom doen. Dus ja, ik kan het niet maken om weg te gaan eigenlijk. Nee, dat Breukelen is misschien helemaal zo gek nog niet.

Alleen dat kamperen. Ik heb nooit begrepen waarom hordes Nederlanders naar Frankrijk gaan, om daar vervolgens in een tent te gaan zitten. Om daar ook nog eens ongeacht wat het weer is in je korte broek rond te lopen, want je bent tenslotte op vakantie dus wat maakt het uit dat het 18 graden is en regent. Niets ten nadele van Frankrijk natuurlijk; prachtig land met geweldige huizen om in te zitten. Ik kom er graag, in een lange broek zoals je begrijpt.

Nu zit ik in Breukelen in een tent, in de Nederlandse herfst, wat ze in Frankrijk winter noemen. Al helemaal geen korte-broeken-weer. Ik weet niet eens of het de onderkoelingsverschijnselen zijn of de luidruchtige vogels die me om 5 uur wakker maken, maar een normale nachtrust is er niet bij. Sinds twee dagen heb ik ook nog Duitsers met kinderen naast me, die veel te vroeg en veel te luidruchtig spelen in de morgen. Lijkt verdomme wel of die kleine Hitlerjugend oefeningen aan het doen zijn om opnieuw ons land binnen te vallen.

Vanavond ga ik weer, net als iedere avond, naar die ellendige kroeg om op te warmen. Henk zit er al als ik binnen kom. Henk zit er altijd al als ik binnenkom en ook nog als ik weg ga. Altijd op dezelfde plek. Hij doet me een beetje aan Norm, die dikkige gast uit de serie Cheers van vroeger, denken. Naast dit stuk menselijk meubilair heb ik inmiddels ook een vaste plek veroverd. Maar een veel belangrijker deel van de inburgering in deze kroeg, is dat zodra ik binnen kom, de barman al een Irish coffee voor me begint te maken. Ik kom hier tenslotte om op te warmen, en niet voor m’n lol. Dit had nog wel wat voeten in de aarde, want ik heb hem eerst moeten uitleggen hoe hij dat moest maken omdat deze ‘vakman’ dat niet wist. Wat niet alleen als voordeel heeft dat hij het aanslaat als een cappuccino, want het staat niet op het menu, maar dat hij er ook op mijn instructie eigenlijk te veel whisky in gooit.

Als ik hem op heb, en weer kleur in mijn gezicht en gevoel in mijn vingers krijg, komt Mandy binnen. Mandy werkt bij de plaatselijke kapsalon en is de verwezenlijking van het negatieve stereotiep. Het type blonde totebel dat niet over de capaciteit beschikt met haar mond dicht kauwgom te kauwen. Wat voor mij altijd een belangrijke indicatie is voor intellect, of gebrek daar aan. Ze doet al een paar dagen haar best om in de kroeg bij mij in de buurt te hangen, omdat wij er simpelweg de enige onder de 40 zijn en geen familie van elkaar.

Ze is lief en ik vermoed zelfs dat er achter die 5 lagen make-up een schattig koppie schuilt. Helaas houdt het daar wel echt op, want ik kan er geen gesprek mee voeren. Henk probeert nog op zijn minst mee te lullen als ik het over de spanningen in Spanje of welk ander nieuws onderwerp dan ook heb. Mandy kijkt me meestal schaapachtig aan en zegt: “Ach daar weet ik toch niets van schat.” terwijl ze met d’r haar speelt.

Ze loopt onze kant op, geeft me drie zoenen, zegt: “Hey schat.”, en gaat op de lege kruk naast me zitten. Ik heb zelf niet het idee dat onze ‘relatie’ dit niveau heeft bereikt, maar goed. Dan doel ik overigens meer op het zoenen dan het woord schat, want dat is gewoon wat ze aan het einde van iedere zin gebruikt in plaats van een punt.

Na een glas bessen te hebben besteld bij barman Willem, vraagt ze me: “Hoe gaat het schat?”. Ik vertel dat ik klaar ben met het kamperen. De kou, de herrie, dat kleine klote tentje waar ik me amper in aan kan kleden, en dat dunne kleine klote opblaasmatrasje waardoor ik iedere onevenheid kan voelen. Waarop zij reageert met: “Ik heb wel een warm bed voor je.”.

Ik kijk haar verbaasd aan, en niet alleen omdat ze het woord schat aan het eind van de zin vergat. Het is alles behalve mijn type, maar ja: een warm bed, uitslapen, niet met een rol pleepapier midden in de nacht in de kou naar de wc (ok, meestal plas ik gewoon tegen de heg vlak naast mijn tent). En ook geen koude douche die om de 20 seconden stopt, wat altijd is als je net je gezicht vol zeep hebt en die stomme knop niet kan vinden, omdat die te laag hangt. Ik kijk haar met een blik van acute verliefdheid aan en zeg verlangend: “Oooh..”.

Een paar uur later bij haar binnengekomen, drukt ze me tegen de deur, duwt haar tong in mijn mond en grijpt naar mijn kruis. En dit is het moment dat ik een punt wil maken! Want dit is niet ok; als ik als man mij zo assertief op een vrouw zou werpen zou ik, volkomen terecht, gestenigd worden. Maar Mandy, ik heb dit helaas eerder meegemaakt, denkt dat omdat ik een man ben, ik alles best vind. Dat ik op alles klim met tieten. Alsof ik een of ander beest ben.

Ik wil er wat van zeggen, maar ja, ze heeft wel een warm bed. En eerlijk is eerlijk, de camping is niet de meest ideale plek om te masturberen. De tent is te klein en gehorig, en die 20 seconden interval in de douche werkt ook niet echt mee, dus ik heb de nodige spanning opgebouwd. Ik doe de volgende keer wel principieel, nu wil ik een warm bed.

In bed zet ze haar assertiviteit voort en word ik onder gepositioneerd. Wat ik prima vind, want dan kan ik onderop al van het bed genieten. Een heerlijk bed overigens, het is zo een genot dat ik haast vergeet dat Mandy wild op me aan het hupsen is. Het gehups is ook niet bepaald om over naar huis te schrijven. Het echte genieten begint pas als het over is en ik haar heerlijke dekbed over mij heen trek. Ik ben dan ook binnen een minuut vertrokken in een heerlijk coma.

Rond vijf uur moet ik naar de wc, op de camping een ijzige hel, maar hier opeens een warm feest. Vrolijk loop ik naakt de slaapkamer uit, want dat kan eindelijk weer. Onder het motto ‘ik neem het ervan’ wieg ik al lopend een beetje met mijn heupen om m’n piemel te laten zwieren. Die arme jongen heeft ook al weken niet kunnen scharrelen.

Nu heb ik eindelijk de kans om haar interieur vol Action en Xenos woonaccessoires te aanschouwen. Het centrale thema lijkt wel dat overal in grote letters op staat wat het is. Met centraal op de muur in grote cursieve letters het woord Home. Super lelijk allemaal, maar wel enorm handig voor als je alzheimer hebt. Met namen de fotolijstjes met daarboven groot het woord Familie kan dan van pas komen.

Helaas zie ik op geen van de deuren mooie cursieve letters met Toilet, maar ik zie wel een deur met een wc slot. Enthousiast loop ik er al piemel zwierend heen, wanneer ik opeens een helse pijn voel; niet in mijn lul gelukkig. Een helse pijn in mijn voet. Ik kijk en zie dat ik op een legosteentje heb getrapt. Dat zou kunnen betekenen dat ze cooler is dan verwacht, en met lego speelt. Nou ja, ik zou dat cool vinden, want dan kan ik na uitgeslapen te hebben in een lekker bed ook nog eens met lego spelen. Maar waarschijnlijk betekent het dat ze kinderen heeft, op de terugweg maar even naar de foto’s onder familie kijken.

Op de terugweg weet ik me met succes door het lego-mijnenveld te manoeuvreren, en zie ik Mandy inderdaad met een jongetje op een aantal van de foto’s. Ik kruip weer in het heerlijke warme bed om lekker verder te slapen. Dat jongetje zie ik morgen vast wel bij de ontbijttafel, en misschien kan ik wel even samen met hem met lego spelen.

Ik word een uurtje later met een ongemakkelijk gevoel wakker en als ik mijn ogen open doe schrik ik me de tyfus. Vlak voor me staat haar zoontje me recht in mijn ogen aan te kijken. “Wie ben jij?”, vraagt hij. “Eeeh, Boris..”, antwoord ik. “Ga terug naar bed Daan en laat Boris met rust.” schreeuwt Mandy van achter me. Hij loopt de slaapkamer uit, en op het moment dat hij de deur dicht doet, grijpt ze mijn lul en ik schrik van de assertiviteit. “Nog geen ochtenderectie, jammer.. Laat maar weten als je die hebt, want die laten we niet verloren gaan.” Ik ben nog iets te overrompeld om te bepalen of dit geil of dreigend is.

Voor ik weer verder probeer te slapen, kijk ik nog even op mijn telefoon. Maar liefst 8 gemiste oproepen van drie verschillende vrienden, en ook berichten van die drie. Ik moet terug naar Amsterdam en snel is de strekking. De berichten zijn wel al van een paar uur terug, maar ik kan nog best twee uur van dit bed genieten voor ik terug rijd. Want ja, ze denken toch dat ik minstens voorbij Parijs ben en niet in Breukelen.  

Facebook Reacties
Like katerverhalen op Facebook