18 - De Darwin manoeuvre - Katerverhalen

18 – De Darwin manoeuvre

Vandaag is het zo ver, de verjaardag van De Vos. We zien hem eigenlijk niet zo vaak en zijn nog nooit bij hem geweest, want hij woont op een ver eiland: Texel. Bendjamin en ik hebben dan ook goed gepakt voor deze lange reis. We hebben ieder een volle tas met flessen drank, vooral gevuld met alle zoete meuk die we zelf nooit drinken. De Vos heeft namelijk een verrassend verwijfde dranksmaak voor iemand die met hoeren door een gewapende checkpoints in Mauritanië rijdt.

Aangezien je met de Vos nooit weet wat er gaat gebeuren, kies ik voor een breed inzetbare outfit: cowboylaarzen, flamingo shorts, My Little Pony T-shirt en een badjas om het af te maken. Bendjamin heeft een vergelijkbare outfit, alleen bij gebrek aan cowboylaarzen is hij op Crocs gekomen. Iets wat ik zelfs in dit ensemble not done vind, maar goed.

De boot is er inmiddels bijna. Gelukkig, want het staren van de andere mensen begint inmiddels wat ongemakkelijk te worden. Al veronderstel ik dat zij, net als ik, vooral verbaasd zijn over de Crocs.

We stormen de boot af als een stel doorgesnoven Engelse hooligans die voor het eerst in Amsterdam op de Wallen worden losgelaten. Enthousiasme dat meteen weer getemperd wordt, als we er achter komen dat we nog een half uur met de bus moeten. Hoe groot is dit eiland in godsnaam?

Goed, we staan eindelijk voor de deur en zijn inmiddels allebei aan een fles drank uit de tas aan het lurken. We zingen al uit volle borst “Er is een lul jarig!” als zijn vrouw open doet. Die hebben we nooit eerder ontmoet, maar we hebben genoeg over haar gehoord zodat het ons oké lijkt om haar aan de kant te duwen en direct al brullend de woonkamer in te rennen. En daar is het, de deceptie van de eeuw. Een kringetje.

Het is gewoon een kringetjesverjaardag. Met saaie burgerlijke mensen, die ook in de 50 zijn, net als de Vos, maar zich ook als in de 50 gedragen. Er hangen slingers. Er is geen muziek. Er staat een schaal op tafel met plakjes worst en blokjes kaas. Wellicht nog het meest choquerende: iedereen zit aan de koffie en ik betwijfel of er likeur in zit.

Daar staan we dan in onze badjas en Bendjamin in zijn Crocs, terwijl iedereen ons verbaasd aankijkt. Het lijkt erop dat we net een belangrijk gesprek over het weer of voetbal verstoren. Rob zit er ook, licht voorovergebogen met zijn handen ineengevouwen tussen zijn knieën, alsof hij op het strafbankje zit. Hij is ook duidelijk teleurgesteld door deze anticlimax. De Vos, het grote feestbeest, de avonturier. Was dat dan allemaal nep? Is hij eigenlijk een doodnormale, burgerlijke vent?

Het is echt een klassiek Nederlandse, burgerlijke verjaardag. Gelukkig heb ik hier tijdens mijn jonge jaren wel wat van meegekregen, dus weet ik wat ik moet doen; het hele rondje af en iedereen, ongeacht de verwantschap, persoonlijk feliciteren. Als eerste natuurlijk de jarige zelf. Die is duidelijk wel blij met onze komst, want zijn ogen beginnen weer ouderwets te twinkelen nu hij ons ziet.

We krijgen vervolgens een plek in de cirkel toegewezen. Els, althans ik vind haar er als een Els uitzien, weet ons te vertellen dat we net te laat zijn voor de taart. “Dat is balen zeg, jeetje”, zeg ik, want dat lijkt me bij een kringetjesverjaardag een gepaste manier van communiceren.

We horen nog een tijdje wanhopig al het zinloos gekeuvel aan en knikken af en toe wat mee. De laatste boot is al vertrokken, dus we zitten vast op het eiland en vast in dit kringetje. Een licht gevoel van hoop bekruipt ons als De Vos zijn vrouw, vermoedelijk ook een Els, vraagt of iemand wat wil drinken. Bendjamin helt over naar mij en zegt zacht: “De Darwin manoeuvre?” Ik knik ja.

De Darwin manoeuvre is een alcoholische survival of the fittest. Het is simpel: je voert iedereen in een rap tempo dronken. De saaie mensen zijn snel uitgeschakeld en die taaien af of belanden in een verminderende staat van bewustzijn, zodat je ze ongemoeid ergens kan laten liggen. De leuke mensen houden stand en laten door de drank ook nog de remmen los.

Mijn bevestigende knik was amper voltooid of Bendjamin stond al: “Wij hebben ook nog wat lekkers meegenomen” en hij begint de tafel om te bouwen tot bar en shotjes in elkaar te mixen. Sleutel tot een succesvolle Darwin manoeuvre is niet vragen of mensen wat willen, maar ze gewoon wat geven. Dat maakt het moeilijker om het drankje beschaafd af te slaan. Iets wat Bendjamin goed heeft begrepen, want hij geeft mensen gewoon een shotje in hun hand en zegt alleen “proef dit eens”. Als eerste geeft hij de mensen waarvan hij zeker weet dat ze gaan accepteren, dan volgt de rest vanzelf.

Ook bouwt hij de shotjes strategisch op van zoete, niet al te sterke shotjes tot de moordwapens die ze uiteindelijk de genadeklap gaan geven. Het werkt, want tegen de tijd dat hij flatliners begint te maken, is het aantal Elsen al gehalveerd. Die lul geeft mij alleen structureel als eerste en het meeste, waardoor ikzelf ook maar amper stand houd. Het wordt vaag.

Ik word wakker naast een Els, wel de leukste Els van het stel. Ik betwijfel dat ik nog tot veel in staat was toen ik hier met haar belandde, dus er zal niet veel gebeurd zijn. Ze slaapt nog en een ontblote borst schreeuwt om aandacht. Maar ik weet niet hoe blij ze gaat zijn met haar keuzes van gisteravond als ze wakker wordt, dus ik laat haar slapen.

Ik sluip naar beneden en ik ben de enige die al wakker is. De woonkamer is een ravage! Geen idee wat mijn bijdrage hier aan geweest is, maar vast meer dan ik wil weten. Al weet ik vrij zeker dat die half verbrande sok en Croc de bijdrage van Rob zijn. Rob, die zelf nog op de bank ligt te slapen met wat bloemen over zich heen gedrapeerd.

Ik zie Bendjamin buiten in een tuinstoel liggen slapen. Die hebben ze vast buitengesloten toen hij in de tuin ging pissen. Een van de Elsen werd boos omdat hij naast de pot had gespetterd, dus vanaf toen ging hij maar in de tuin zeiken. Ik maak hem wakker en zeg dat we beter kunnen gaan voordat iemand anders wakker wordt.

We sluipen terug naar binnen om onze spullen te pakken en richting voordeur te gaan. Bendjamin wenkt nog naar Rob, maar ik schud nee. Laat hem de schuld maar op zich nemen, dat zal hem eindelijk leren mijn sokken niet in de fik te steken. Als we langs de keuken lopen, wijst Bendjamin naar een drol op de vloer. Voor de duidelijkheid, De Vos heeft geen huisdieren, dus het is een mensendrol, een dikke. Dat verklaart in ieder geval de stank en ik maar denken dat Rob gewoon weer lag te meuren.

Buiten kijken we elkaar aan terwijl ik mijn ene sok en mijn laarzen aantrek, “Misschien moeten we De Vos maar even vermijden”.

Facebook Reacties