19 - Een poepverhaal - Katerverhalen

19 – Een poepverhaal

Ik dacht dat de maandagen beter zouden zijn nu ik werkloos ben. Maar ik zit al vroeg bij de dokter, want na vier dagen heftige diarree werd het wel eens tijd. Ik zit hier met de uitdrogingsverschijnselen van een epische kater, maar zonder de de lol die daaraan vooraf gaat. Het hele weekend niet uit geweest, geen alcohol gedronken en voornamelijk op de wc gezeten. Ook vraag ik me al twee dagen af waarom er geen wc papier met balsem is, er zijn tissues met balsam tegen een schrale neus: nou, ik heb inmiddels een meer dan schrale aars van al dat vegen.

De dokter geeft me een potje waar ik in moet poepen en dat ik bij het lab moet inleveren. Het is een klein potje, een erg klein potje. Met een sadistische grijns zegt hij “Hoe je het er in krijgt,  is jouw probleem”. Ik heb eens gelezen dat er onder doktoren uitzonderlijk veel sociopaten zijn. Deze lul is er duidelijk een van.

Thuis op de wc probeer ik met mijn hand het potje zo precies mogelijk onder mijn aars te houden. Daar zit ik dan, moeilijk voorovergebogen, slap als een vaatdoek, een ieniemienie klein potje onder mijn hol te houden. Waar het er normaal al uitkomt voordat ik vol en wel zit, laat de poep nu op zich wachten. Poepangst?

Het begint te rommelen en er volgt een kleine kernexplosie. Had ik al verteld dat het diarree van het explosieve soort was? Nou ja, dat is het dus. Het potje zit vol en mijn hand zit tot mijn pols onder. Fucking maandag.

De poep is superdun en stinkt naar rottend kadaver. Maar goed, ik heb het in ieder geval in het potje. Ik was mijn handen een paar keer en zoek tevergeefs naar wasbenzine, want mijn gevoel zegt dat zeep niet genoeg is. Op naar het lab.

Ik zet het potje op de bagagedrager van mijn fiets om hem van het slot te halen en trek vervolgens mijn fiets uit het rek. Het potje valt en breekt. Die lul geeft me dus niet alleen een klein potje, maar ook nog eens een die breekt bij het minste geringste. Maandag. Er zit een sticker met mijn naam op het potje, dus ik kan hem niet op straat laten liggen. Ik raap het op: weer stront aan mijn hand. MAANDAG!

Weer mijn handen wassen. Weer naar de dokter. Daar vraag ik de assistente om een nieuw potje. En een handschoen.

Facebook Reacties