Vuurzombies - Katerverhalen

26 – Vuurzombies

Eindelijk ben ik weer herenigd met mijn Clementine. Het gemis was vreselijk, maar eindelijk is mijn ware liefde weer bij mij, bij mij in bed. Ik geniet, ik geniet van haar in mijn armen en haar naakte lichaam tegen de mijne.

Als mijn tong de contouren van haar lichaam volgt, ontstaat er een kettingreactie van sensaties, gevoelens en emoties. Elektronische pulsen die allemaal net zo echt zijn als de zachte, verrukkelijke, licht ziltige smaak van haar huid.

Alles is een zintuiglijke ervaring. Het genot van het voelen van een tepel tussen mijn vingertoppen is alleen wat mijn hersenen vertellen dat het is. Voel ik wat mijn vingers raken? Voel ik wat de zenuwen in mijn vingers aan mijn hersenen doorgeven? Of voel ik wat mijn hersenen me vertellen? Ik weet alleen wat mijn hersenen me vertellen, daar moet ik van op aan, dat is mijn werkelijkheid.

Gevoelens zijn echt, het gevoel van verliefd zijn is echt, het verdriet als je vader sterft is echt. Het zijn sensaties die alleen in je hersenen bestaan, maar daardoor niet minder echt. De vuurzombies die om ons bed heen dansen als gevolg van de LSD zijn dus ook echt.

Ik vind het niet erg, ik ken ze, ik heb ze vaker gezien. Het jammere van de vuurzombies is alleen dat ze het genot van Clementines lichaam verpesten. Ik proef haar niet zo goed als normaal. Of misschien is het de bittere ijzerachtige nasmaak van de LSD die het verpest. Maar niets doet afbreuk aan mijn gevoel voor haar, mijn Clementine. Ik hou van haar: puur, diep en oprecht. Daar komt geen vuurzombie tussen en de LSD brengt me alleen dichter bij dat gevoel.

Dat is het mooie van LSD, dat pure. Het is niet zoals bij MDMA een endorfine-explosie die ervoor zorgt dat je een intensieve liefde voelt voor die jongen met de wollen trui, omdat hij zo fantastisch knuffelt. Nee, LSD maakt het puur, maakt mijn liefde voor haar puur. Alle ruis, alle twijfel, alle omstandigheden die ons uit elkaar dreven verdwijnen. Het enige dat overblijft, is dat primaire gevoel van liefde in zijn zuiverste vorm. Het enige dat er nu op deze wereld is, zijn wij: onze naakte lichamen, onze liefde voor elkaar… en de vuurzombies die om ons heen lopen.

Ik realiseer me dat de rare smaak in mijn mond ook kots kan zijn die opborrelt. Dit plaatst me voor een dilemma: loop ik weg om te kotsen en verdwaal ik dan in het Sleepy Hollow bos dat de plek van de badkamer heeft ingenomen? Of lik ik eerst nog aan haar tepel, terwijl ik mijn grote hand om haar kleine middel vouw, met het risico dat ik haar onderkots.

LSD-kots is een onvoorspelbare vorm van kotsen. Je bent niet misselijk, het is niet naar, maar het moet er gewoon opeens uit. Geen half uur durende strijd zoals je soms met drank hebt waar je zwetend, bevend en verslapt blijft vechten tegen de misselijkheid. Het kan er zomaar ineens uitvliegen en dus speel ik op safe: ik ga het bos in.

Tot veel meer dan likken en strelen ben ik in mijn huidige toestand toch niet in staat, dus het is geen groot gemis als ik verdwaal. Natuurlijk zou ik nog uren haar tepel kunnen likken, maar misschien doe ik dat ook al uren. De droge mond en schrale tong zijn in ieder geval een teken dat ik lang genoeg gelikt heb.

Tegen de tijd dat ik ontwaak, schijnt de zon door wat gister nog takken waren, maar nu gewoon de lamellen van de badkamer zijn. Blijkbaar ben ik toch verdwaald in het bos en in slaap gevallen. Met mijn hoofd lig ik op het matje voor de wc. Het is zacht en comfortabel en verleidelijk om te blijven liggen. De lichte geur van urine doet me er echter aan herinneren dat ik dit matje te weinig was en ik vind de kracht om overeind te komen.

Ik heb wel netjes in de wc gekotst. Ik had ook niet anders verwacht, dat is een van mijn talenten. Doortrekken helaas niet, dus dat heb ik vannacht ook niet gedaan. Ter compensatie heb ik wel het handzeeppompje in de met kots gevulde wc gegooid, toch fijn dat ik geprobeerd heb het fris te houden.

Ik moet nu naar mijn geliefde, my darling Clementine. Die zal wel ongerust zijn nadat ik nooit meer ben teruggekomen van mijn nachtelijke boswandeling. Ze is weg, ik zie een leeg bed met een briefje op het kussen. De leegte van de kamer is besmettelijk, want ik voel ook direct een leegte in mijn hart. Ik ben incompleet zonder haar, zij maakt mij af.

Het kussen ruikt nog naar haar, ik ruik er goed aan voordat ik het briefje begin te lezen zodat het is alsof ze bij me is als ik haar woorden lees. De lange uithalen in haar schrift verraden dat ze het briefje vol passie heeft geschreven: “Nadat je twee uur lang je onderarm hebt gelikt, ben ik maar naar huis gegaan. Bel me vooral niet. Lisa.” Lisa?

Facebook Reacties