Almere, voor als je opgegeven hebt - Katerverhalen

34 – Almere, voor als je opgegeven hebt

Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en dat betekent dat als ik mijn vrienden van vroeger op wil zoeken, ik naar Almere moet. Dat is tenminste hoe het gaat. Mensen uit Lutjekut komen in Amsterdam studeren en blijven er daarna wonen. Mensen die in Amsterdam zijn geboren, maar niet zijn gaan studeren kunnen vervolgens de huizenprijzen niet betalen en wijken uit naar Almere.

Ik heb nog net op een blauwe maandag iets van een studie afgerond, dus ik mag nog net tussen de provincialen en expats in Amsterdam blijven wonen. Begrijp me niet verkeerd hoor, ik vind het juist heel leuk dat er van alles en nog wat in deze stad woont, dat maakt de stad ook leuk. Wat ik niet leuk vind, is dat ik nu naar Almere moet om Johnny eindelijk weer eens te zien. Nee, hij heet niet echt Johnny, maar dat is om het voor jullie makkelijker te maken een ‘echte’ Amsterdammer voor je te zien.

Met gezonde tegenzin zit ik in de trein en ik zie langzaam de grijze blokkendozen naderen.

Hoe erg mijn vrienden ook hun best doen mij te overtuigen van hoe geweldig Almere wel niet is (het is ruim en goedkoop wonen, veel groen en perfect voor kinderen), ik geloof ze gewoon niet. Het helpt ook niet dat ze er allemaal stuk voor stuk ongelukkig bij kijken. Ze lijken toch vooral zichzelf te willen overtuigen.

Ze vallen ook te makkelijk door de mand, want als je ze vraagt of ze niet liever in zo’n huis in Amsterdam zouden wonen, is het antwoord steevast “Ja natuurlijk, maar dat kan ik niet betalen.” En dat is het, Almere is waar je gaat wonen als je dat, wat je echt wil, niet kan betalen.

Of feitelijk: Almere is waar je gaat wonen als je beseft dat je dromen niet meer uit gaan komen, alles voorbij is en je gefaald hebt in het leven. Je had dromen, ambities, je wilde dat prachtige huis aan de grachten of dat mooie vrijstaande huis in het Gooi. Maar dat is gewoon niet haalbaar, dus dan maar Almere.

Ik realiseer me ook dat dit is wat Almere zo deprimerend maakt: het zit vol met mislukkingen. Het zijn inmiddels meer dan 200.000 mensen die gefaald hebben in het leven en dat op een kluitje. Zo veel depressie bij elkaar, daar kan niemand toch gelukkig worden? Ook al zijn die huizen nog zo mooi, is er nog zo veel groen en is het nog zo leuk voor kinderen. Het is gewoon kansloos.

Dat leuk voor kinderen is trouwens ook maar tot ze twaalf zijn, daarna gaan ze zich realiseren dat ze in Almere wonen. Ik denk dat als je die polder onaangekondigd weer vol laat lopen, je iedereen een plezier doet.

Terwijl ik uit de trein stap, komt de realisatie dat er nog gradaties van falen en afglijden zijn in de hel die Almere heet. Johnny is nog niet eens goed genoeg voor gewoon Almere, want hij woont in Almere Buiten. Hoewel ik eigenlijk geen verschil tussen stad en buiten zie, het is allebei kut, klinkt het als nog een tree lager.

Als ik door een troosteloze straat van karakterloze symmetrie en grijsheid naar zijn voordeur loop, krijg ik het steeds meer met hem te doen. Als Johnny open doet pak ik hem vast en geef hem een hele stevige knuffel en zeg alleen maar “Vecht je hier uit jong, niet opgeven!

Facebook Reacties